Inhoud
Wat is een levensverzekering?
Een levensverzekering kan verschillende doelen dienen, zowel bij leven als bij overlijden. Via een levensverzekering kun je bijvoorbeeld een bedrag bij elkaar sparen (met eventuele rendementen) dat bij het overlijden van de verzekerde uitbetaald wordt aan je partner en/of kinderen. Met een levensverzekering kun je echter ook een kapitaal opbouwen om, op een later moment en bij leven, zelf te gebruiken.
Een levensverzekering is een soort verzekeringsovereenkomst. Daarin staat:
- Ofwel een vaste einddatum waarop de verzekeraar het bedrag uitbetaald, en/of de optie om zelf een afkoopmoment te initiëren (bijvoorbeeld met een tak 21 of tak 23 levensverzekering).
- Het bedrag wordt uitgekeerd aan de begunstigden. Er is meestal sprake van een begunstigde(n) bij leven (jijzelf als verzekeringnemer, en/of bijvoorbeeld je partner), en 1 of meerdere begunstigden bij overlijden. Bij een zuivere overlijdensverzekering wordt enkel een bedrag uitgekeerd wanneer de verzekerde overlijdt.
- Het bedrag kan bestaan uit je eigen inbreng (betaalde premies), eventuele (al dan niet gewaarborgde) rendementen, een eventuele winstdeling en dergelijke meer. Het bedrag kan verminderd worden met fiscale inhoudingen, zoals de erf- of meerwaardebelasting. Afhankelijk van het soort levensverzekeringscontract kun je een minimumwaarborg of kapitaalbescherming genieten.
Er zijn verschillende soorten levensverzekeringen, die elk hun eigen regels volgen. Als verzekeringnemer heb je zelf heel wat keuzevrijheid wat, bijvoorbeeld, de begunstigden en een eventuele einddatum betreft.

Soorten levensverzekeringen (schuldsaldoverzekering, sommige vormen van pensioensparen en langetermijnsparen, tak 21 en meer)
De ene levensverzekering is de andere niet.
Eerst en vooral zijn er spaar- en beleggingsverzekeringen, zoals de tak 21, tak 23 en tak 26 verzekeringsproducten. Ze dienen vooral voor het opbouwen van je kapitaal, bijvoorbeeld via fondsen en obligaties.
Daarnaast zijn er risicoverzekeringen, zoals de schuldsaldoverzekering, overlijdensverzekering en uitvaartverzekering. Ze keren een bepaald bedrag uit bij het overlijden van de verzekerde, bijvoorbeeld om uitvaartkosten te dekken (uitvaartverzekering) of een openstaande (hypothecaire) lening deels of volledig af te betalen (schuldsaldoverzekering).
Er zijn ook fiscaal voordelige levensverzekeringen, zoals pensioensparen en langetermijnsparen. De premies die je betaalt geven recht op een belastingvermindering (maar je betaalt wel een belasting bij uitbetaling van het bedrag).
Tot slot kun je gecombineerde levensverzekeringen en levensverzekeringen op maat afsluiten. Die kunnen, bijvoorbeeld, eigenschappen van spaar- en beleggingsverzekeringen combineren met andere waarborgen zoals een overlijdensdekking.
Levensverzekering met of zonder overlijdensdekking
Veel levensverzekeringen bieden de optie om een overlijdensdekking toe te voegen. Zo’n overlijdensdekking biedt een kader wanneer de verzekerde overlijdt voor het bedrag kon worden uitgekeerd (hetzij op de einddatum, hetzij door afkoop). Een overlijdensdekking zorgt voor (iets) hogere kosten en kan het rendement van het verzekerd bedrag beïnvloeden.
Zo’n dekking zorgt ervoor dat de begunstigde(n) bij overlijden een minimumkapitaal en/of vast verzekerd bedrag ontvangen. Vaak is dat bedrag hoger dan de opgebouwde waarde van het contract: de verzekeraar betaalt.
Heb je geen overlijdensdekking? Dan valt het verzekerde bedrag uiteraard niet weg. De opgebouwde waarde (de gestorte premies plus eventuele rendementen en min eventuele kosten/fiscale inhoudingen) van het contract op het moment van overlijden wordt dan uitbetaald aan de begunstigde(n) bij overlijden. Dat bedrag is vaak iets lager dan, bijvoorbeeld, een gewaarborgd minimumkapitaal.
Opgelet: in beide gevallen (met of zonder overlijdensdekking) kan het uitgekeerde bedrag onderworpen worden aan de erfbelasting.

Welke kosten bij een levensverzekering?
Sluit je een levensverzekering af? Dan mag je rekenen op volgende kosten en investeringen:
- Premiekosten. Je eigen inbreng: het bedrag dat je (bijvoorbeeld jaarlijks of maandelijks, of in 1 enkele storting) in de levensverzekering investeert. Technisch gezien is het geen echte kost: je eigen inbreng is de basis van het kapitaal dat je opbouwt via de levensverzekering. Dat bedrag ontvang jij (of een begunstigde) bij uitkering.
- Premietaks. Bij een storting naar een niet-fiscale levensverzekering wordt vaak een wettelijke premietaks (van 2%) ingehouden.
- Risicodekking of risicopremie. Voor een optionele risicodekking (zoals een overlijdensdekking) betaal je (eenmalig of periodiek) een extra risicopremie, die afhankelijk is van onder meer je leeftijd en gezondheidstoestand.
- Administratiekosten of beheerskosten. De verzekeraar brengt kosten in rekening voor het administratieve beheer van je levensverzekering. Het kan gaan om een vast bedrag of percentage van je premie, of een bedrag dat jaarlijks wordt aangerekend op de reserve in het contract.
- Beleggingskosten. In bepaalde soorten levensverzekeringen (voornamelijk tak 23) betaal je ook beleggingskosten (vaak een combinatie van beheerskosten en instap- en uitstapkosten).
- Afkoopkosten. Beëindig je de levensverzekering (voor een eventuele einddatum in het contract)? Dan betaal je vaak een afkoopkost, bijvoorbeeld een percentage van het verzameld kapitaal.
Daarnaast betaal je bij uitkering van het bedrag ook vaak belastingen. Hoeveel belastingen je betaalt, hangt af van het soort uitkering (afkoop, verstrijken einddatum of overlijden) en, bij erfbelasting, het gewest waarin je woont. Die belastingen betaal je, in tegenstelling tot bovenstaande kosten, natuurlijk niet aan de verzekeraar, maar aan de fiscus.
Is de uitkering van een levensverzekering belast?
Of je belastingen betaalt bij de uitkering van een levensverzekering, hangt af van verschillende factoren.
- Het type levensverzekering
- Moment van opname of afkoop
- Looptijd
- Of je al dan niet gebruik maakte van een fiscaal voordeel
Het soort levensverzekering bepaalt welke belastingen van toepassing kunnen zijn.
Het moment van opname of afkoop en de looptijd beïnvloeden onder meer de (eventuele) roerende voorheffing, anticipatieve heffingen en (indirect) de erfbelasting. Voor tak 21-levensverzekeringen en fiscaal sparen (bijvoorbeeld via een pensioenspaarverzekering) is de minimumduur belangrijk.
Maak je gebruik van een fiscaal voordeel bij het storten van de premies? Dan betaal je een (hogere) eindbelasting bij uitkering van het kapitaal. Wie het fiscaal voordeel niet geniet, betaalt vaak een lagere belasting bij uitkering.

Hoeveel en welke belasting betaal je op levensverzekeringen?
Welke belastingen je betaalt, hangt sterk af van het soort levensverzekering. We geven je hieronder een volledig overzicht met de soorten belasting die gehoffen kunnen worden op je levensverzekering. Je leest hoeveel de belasting bedraagt, in welke gevallen die van toepassing is, en wanneer die wordt betaald.
1. Premietaks (tijdens de looptijd)
Je betaalt een premietaks of verzekeringstaks van 2% op premies die je stort naar een niet-fiscale levensverzekering. Denk aan klassieke tak 21, 23 of 26-levensverzekeringen zonder fiscaal voordeel. De taks wordt automatisch ingehouden bij storting.
Je betaalt géén premietaks bij levensverzekeringen die recht geven op een fiscaal voordeel. Het gaat om:
- Pensioensparen en langetermijnsparen via een levensverzekering
- Schuldsaldoverzekering
- Zuivere overlijdensverzekering
Op die producten is geen premietaks van toepassing, maar vaak gelden wel andere fiscale regels. Zo geniet je bijvoorbeeld een belastingvermindering (je mag een percentage van je gestorte premies aftrekken van je eindbelasting), en betaal je een anticipatieve heffing.
| Soort levensverzekering | Premietaks (verzekeringstaks) 2% |
|---|---|
| Pensioensparen | Nee |
| Langetermijnsparen | Nee |
| Tak 21 | Ja, op elke storting |
| Tak 23 | Ja, op elke storting |
| Tak 26 | Ja, op elke storting |
| Schuldsaldoverzekering | Nee |
| Zuivere overlijdensverzekering | Nee |
| Uitvaartverzekering | Nee |
2. Anticipatieve heffing (soort eindbelasting)
De anticipatieve heffing is enkel van toepassing op levensverzekeringen waarvoor je een fiscaal voordeel genoot. Het gaat om pensioensparen en langetermijnsparen via een levensverzekering (fiscaal sparen via de 3de pijler).
Je betaalt géén anticipatieve heffing op niet-fiscale tak 21, 23 of 26-levensverzekeringen, en ook niet op risicoverzekeringen.
Het gaat om een heffing van:
- 8 % op pensioensparen, in principe betaald op je 60ste verjaardag (als je minimaal 10 jaar gespaard hebt) of, als je pas na je 55ste begint, 10 jaar na de eerste storting.
- 10 % op langetermijnsparen, in principe betaald op je 60ste verjaardag of 10 jaar na de eerste storting voor wie later begon.
De anticipatieve heffing wordt berekend op het opgebouwde kapitaal OF op een forfaitair bepaald bedrag, afhankelijk van het soort contract en de startdatum.
Opgelet: de anticipatieve heffing wordt in de praktijk vaak gehoffen nog voor de verzekeraar je kapitaal uitbetaald. Na betaling van de anticipatieve heffing kun je dus gewoon verder blijven sparen – zonder invloed op je anticipatieve heffing, want die heb je al betaald.
3. Roerende voorheffing (soort eindbelasting)
Een roerende voorheffing komt in de praktijk enkel voor bij niet-fiscale tak 21-levensverzekeringen. Meer nog: je betaalt de roerende voorheffing enkel als je het kapitaal afkoopt of laat uitkeren binnen de 8 jaar na het afsluiten van het contract.
Het gaat om een belasting of voorheffing van 30% op een fictieve rente. Die wordt wettelijk vastgelegd (4,75% per jaar) en berekend op de gestorte premies, vermenigvuldigd met het aantal jaren waarover het contract loopt.
Na 8 jaar (en 1 dag) ben je geen roerende voorheffing meer verschuldigd.
Komt de verzekerde voor die tijd te overlijden? Dan is de roerende voorheffing niet van toepassing.
4. Erfbelasting
Als het bedrag in de levensverzekering bij het overlijden van de verzekerde wordt uitgekeerd aan de begunstigde(n) in het contract, geldt een erfbelasting. De erfbelasting is niet afhankelijk van het soort verzekeringsproduct. De erfbelasting is van toepassing op elke levensverzekering die uitbetaald wordt na het overlijden van de verzekerde.
Hoeveel de erfbelasting bedraagt, hangt af van:
- Het kapitaal (de opgebouwde waarde plus eventuele extra’s via bijvoorbeeld de overlijdensdekking)
- De relatie tussen de verzekerde en diens begunstigde(n)
- Het gewest waarin de verzekerde woonde
In principe betaalt of betalen de begunstigde(n) de erfbelasting bij aangifte van de nalatenschap.
5. Meerwaardebelasting van 10% (nieuw soort eindbelasting sinds 2026)
Sinds 1 januari 2026 betaal je een nieuwe meerwaardebelasting van 10 procent. Die betaal je op de winst die je vanaf 1 januari 2026 behaalt met specifieke soorten financiële activa.Het gaat onder meer om winsten uit aandelen, (sommige) spaar- en beleggingsverzekeringen, crypto-assets, ETF’s en fondsen.
De meerwaardebelasting geldt op volgende soorten verzekeringen: tak 21 (kapitalisatieverzekering), tak 23 (levensverzekering) en tak 44 (hybride verzekering: tak 21 + 23).
De meerwaardetaks is niet van toepassing op: pensioen- en langetermijnspaarverzekeringen (3de pijler), overlijdensuitkeringen en tak 26 verzekeringen.
Je betaalt de meerwaardebelasting bij afkoop van de verzekering of bij de uitkering van het kapitaal op de einddatum van het contract.
Had je voor 1 januari 2026 al financiële activa die nu onderhevig zijn aan de meerwaardebelasting? Dan betaal je de meerwaardebelasting uitsluitend op winsten die je via het product boekt na 1 januari 2026.

Overzicht (eind)belastingen
Welke belastingen zijn van toepassing op welke levensverzekering bij uitkering op einddatum, vroegtijdige afkoop of overlijden?
Bij uitkering op einddatum
Laat je het opgebouwde kapitaal uitbetalen op een afgesproken einddatum? Dan zijn deze eindbelastingen van toepassing:
| Soort levensverzekering | Welke eindbelastingen bij uitkering op einddatum? |
|---|---|
| Pensioensparen | Anticipatieve heffing (op vast moment, vaak al betaald voor uitkering) |
| Langetermijnsparen | Anticipatieve heffing (op vast moment, vaak al betaald voor uitkering) |
| Tak 21 | Meerwaardebelasting, roerende voorheffing enkel (als contract minder dan 8 jaar loopt) |
| Tak 23 | Meerwaardebelasting |
| Tak 26 | Geen eindbelasting bij uitkering |
| Schuldsaldoverzekering | Niet van toepassing (geen uitkering bij leven, geen einddatum) |
| Zuivere overlijdensverzekering | Niet van toepassing (enkel uitkering bij overlijden) |
| Uitvaartverzekering | Niet van toepassing (enkel uitkering bij overlijden) |
Bij vroegtijdig afkopen
Koop je de levensverzekering (vroegtijdig) af? Dan zijn deze eindbelastingen van toepassing:
| Soort levensverzekering | Welke eindbelastingen bij vroegtijdig afkopen? |
|---|---|
| Pensioensparen | Herbelasting in de personenbelasting tot 33,31% bij afkoop voor 60 jaar |
| Langetermijnsparen | Herbelasting in de personenbelasting via progressieve tarieven + terugname van genoten belastingvoordelen |
| Tak 21 (niet-fiscaal) | Roerende voorheffing (30% op fictieve rente bij afkoop binnen 8 jaar), meerwaardebelasting |
| Tak 23 | Meerwaardebelasting |
| Tak 26 | Fiscaal neutraal (geen roerende voorheffing noch meerwaardebelasting) |
| Schuldsaldoverzekering | Geen afkoop mogelijk |
| Zuivere overlijdensverzekering | Geen afkoop mogelijk |
| Uitvaartverzekering | Meestal geen afkoop mogelijk |
Bij overlijden
Komt de verzekerde te overlijden? Dan vallen eventuele anticipatieve heffingen, roerende voorheffingen en (volgens de huidige beschikbare informatie) zelfs de meerwaardebelasting weg. De begunstigden betalen enkel een erfbelasting.
Wanneer is een levensverzekering belastingvrij?
Een levensverzekering is eigenlijk nooit volledig belastingvrij.
- Een niet-fiscale tak 21-levensverzekering afkopen na een looptijd van minstens 8 jaar brengt geen eindbelasting met zich mee. Maar je betaalt wel een verzekeringstaks van 2% op elke storting.
- Bij de uitkering van een pensioenspaar- of langetermijnspaarverzekering betaal je geen extra belastingen meer, maar er wordt op een bepaald moment wel al een anticipatieve heffing geïnd.
- Kom je te overlijden voor je het bedrag in de levensverzekering uitgekeerd kreeg? Dan betaal jij geen eindbelasting in de personenbelasting, maar betalen de begunstigde(n) wel een erfbelasting.
(Hoe) moet je een levensverzekering aangeven bij de belastingen?
Je moet levensverzekeringen niet altijd zelf aangeven bij de belastingen.
Als je een fiscaal voordeel (belastingvermindering voor pensioen- en langetermijnsparen) aanvraagt, moet je de levensverzekering wél aangeven.
Bij uitkering moet je de levensverzekering in principe ook niet aangeven bij de belastingen. De anticipatieve heffing en roerende voorheffing worden bijvoorbeeld automatisch ingehouden.
Bij overlijden moet de levensverzekering wel worden opgenomen in de aangifte van het nalatenschap. Zo kan de erfbelasting beheerd worden.
Nood aan advies? Je verzekeringsexpert staat voor je klaar. Via het formulier onderaan deze pagina brengen we je gratis en vrijblijvend in contact met erkende specialisten in je buurt.

Tips om minder belastingen te betalen via je levensverzekering
Verzekeringen zoals pensioensparen, langetermijnsparen en schuldsaldoverzekering kunnen een efficiënte manier zijn om je belastingaangifte te optimaliseren en zo minder belastingen te betalen – of zelfs een (hogere) terugbetaling te ontvangen.
Is een (individuele) levensverzekering fiscaal aftrekbaar?
Pensioenspaar- en langetermijnspaarverzekeringen zijn technisch gezien niet fiscaal aftrekbaar, maar geven wél recht op een belastingvermindering. Eenvoudig gezegd mag je een percentage van de premies die je gestort hebt doorheen het jaar aftrekken van het bedrag dat je verschuldigd bent aan de belastingen. Dat kan zorgen voor lagere personenbelastingen, of zelfs een hogere terugbetaling.
Goed om te weten: de voordelen zijn cumuleerbaar (per categorie).
.
1. Langetermijnsparen
Je kunt een belastingvermindering genieten van maximaal 30% van de betaalde premies, tot een absoluut maximumbedrag van 2.450 euro (in 2026). Hoeveel het fiscaal voordeel maximaal mag bedragen, hangt af van je inkomen.
Benieuwd op welk maximumbedrag jij een belastingvermindering van 30% kunt krijgen? Een algemene vuistregel is deze: 183,6 euro + 6 % van je jaarinkomen. Het bedrag van 183,6 euro kan jaarlijks geïndexeerd worden: voor 2026 is dit bedrag wel nog van toepassing.
2. Pensioensparen
Ook pensioensparen via een pensieoenspaarverzekering is fiscaal voordelig. Er zijn 2 opties:
- Klassiek: Een belastingvermindering van 30% op een bijdrage tot 1.050 euro.
- Verhoogd plafond: Een belastingvermindering van 25% op een bijdrage tot 1.350 euro.
Voorbeelden:
Stort je doorheen het jaar 850 euro op je pensioenspaarverzekering? Dan bedraagt je belastingvermindering voor dat jaar 255 euro.
Stort je voor 1.500 euro op de pensioenspaarverzekering? Dan geniet je geen fiscaal voordeel op het bedrag boven de 1.350 euro: je belastingvermindering voor dat jaar bedraagt 337,5 euro.
3. Schuldsaldoverzekering
Een schuldsaldoverzekering is in principe een overlijdensverzekering. Het kapitaal dient om een openstaande (vaak hypothecaire) lening deels of volledig af te lossen bij het overlijden van de verzekerde.
Een schuldsaldoverzekering kán fiscaal voordelig zijn, maar is dat niet automatisch.
Premies invullen op de belastingbrief
Je kunt de premies van je schuldsaldoverzekering aangeven op je belastingbrief om een belastingvermindering te genieten. Daarvoor moet je ze inbrengen in een open woonfiscale korf, samen met de kapitaalaflossingen en intresten van een woonkrediet.
Dat kan enkel als:
- Het woonfiscale regime van de lening dat toelaat
- Er nog ruimte is in die woonfiscale korf
Daarnaast hangt de mogelijkheid af van het gewest waarin je woont, de datum waarop je de lening afsluit, en de manier waarop zowel de lening als de schuldsaldoverzekering zijn opgezet.
Het invullen van de premie is niet altijd fiscaal interessant. Je verzekeringsexpert bekijkt mee wat mogelijk én interessant is in jouw situatie.
Wat is de woonfsciale korf?
De woonfiscale korf is een onderdeel van je personenbelasting. Daarin bundel je uitgaven voor je eigen woning(en): denk aan de kapitaalaflossing en intresten van je woonkrediet, en de premies van je schuldsaldoverzekering of andere levensverzekeringen die aan wonen gekoppeld zijn.
Je kunt niet onbeperkt al die kosten onbeperkt inbrengen in de woonfiscale korf. Je moet kiezen welke kosten je inbrengt en welke niet. Je kunt enkel een belastingvoordeel genieten op de kosten die je inbrengt in de korf. Een open korf heeft ruimte voor extra kosten, een gevulde woonfiscale korf heeft het maximale fiscale voordeel bereikt.
Je woonfiscale korft hangt onder meer af van het gewest waarin je woont, de datum waarop je een hypothecaire lening afsluit, en welk woonficale systeem van toepassing is.
Premies niet invullen op de belastingbrief
Het is nooit verplicht om de premies van je schuldsaldoverzekering fiscaal in te brengen. Breng je de premies niet in? Dan ontvang je geen belastingvermindering in de personenbelasting, maar houd je meer fiscale ruimte voor andere woonkosten.

Veelgestelde vragen over de belastingen op levensverzekeringen
Heeft het fiscale gevolgen als je overstapt naar een andere verzekeraar?
Kun je verschillende levensverzekeringen combineren?
Kun je de begunstigde(n) van je levensverzekering wijzigen?
.
Vind een verzekeringsspecialist voor verzekeringsadvies op maat
Levensverzekeringen zijn complexe producten. Heb je nood aan persoonlijk advies? Of kun je wat begeleiding gebruiken bij je zoektocht naar de juiste verzekering(en) voor jouw situatie? Vul dan onderstaand formulier in.
We brengen je vrijblijvend in contact met verzekeringsexperts in je regio. Ze geven je naast info ook advies op maat, en gaan mee op zoek naar de beste verzekering(en) voor jouw unieke situatie.