\n
Een eerste belangrijke stap is het aanstellen van een gecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie of ADI<\/strong>. Op de OVAM website <\/strong>vind je een lijst van bedrijven<\/strong> die voor het asbestattest een asbestinventarisatie mogen uitvoeren. Je kunt gemakkelijk op naam of gemeente en postcode zoeken. Deze lijst wordt wekelijks bijgewerkt. <\/p>\n\n\n\nWanneer je zelf geen gecertificeerd asbestdeskundige wil aanstellen, kan je ook beroep doen op een notaris, makelaar of gebouwenbeheerder<\/strong>. Je geeft dan aan \u00e9\u00e9n van deze personen een volmacht om een asbestdeskundige aan te stellen.<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n \n\n\n \n
\n
\n
\n
2<\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n
\n
<\/span>Stap 2: Asbestinventarisatie\u00a0<\/span><\/h3>\n <\/p>\n
\n
\n
De aangestelde gecertificeerde asbestdeskundige komt nu ter plaatse en maakt een asbestinventaris <\/strong>op. Deze is niet-destructief<\/strong>: enkel de materialen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van de woning of het gebouw worden neergeschreven. <\/p>\n\n\n\nOm het ingesloten asbest op te sporen, worden de muren of vloeren niet beschadigd. Bij een destructieve inventarisatie is dat wel het geval. <\/p>\n\n\n\n
Soms is voor een niet-destructieve inventarisatie toch beschadiging nodig<\/strong>. Die is enkel vereist bij verdachte materialen. De beschadiging is klein. <\/p>\n\n\n\nVaak wordt er ook een labo-analyse<\/strong> toegepast. Dan kan je met zekerheid zeggen of het materiaal asbest bevat of niet. Voor de monstername heb je een stukje van het verdachte materiaal nodig.\u00a0<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n \n\n\n \n
\n
\n
\n
3<\/div>\n <\/div>\n <\/div>\n